AgendaDe verenigingLid wordenSponsorsFoto'sArchiefKontaktLeden

| Home |Docenten | Kosten | Instrumenten | Projecten |aanmeldformulier |

Instrumenten

in onze fanfare zijn:

Trompet

De trompet is een van de oudste blaasinstrumenten. De scherpe klank van het instrument werd vaak gebruikt om signalen door te geven.
De vorm van de trompet is vaak gewijzigd. Het instrument zoals wij het nu kennen is ontwikkeld in de 19e eeuw. Toen kreeg de trompet zijn drie ventielen.
Trompetten hebben een heldere en scherpe klank. Deze klank is zeer geschikt om solistische passages te spelen. Hiervan wordt niet alleen gebruik gemaakt in de klassieke muziek, maar ook in jazz en pop.

trompet

Bugel

Bugels vormen de melodiesectie van de fanfare. Het instrument heeft een warme, zachte klank. Wie luistert naar een fanfareorkest, herkent het direct.
De bugel is lid van de saxhoornfamilie. Instrumentenmaker Adolf Sax ontwikkelde deze familie door de buizen van een hoorn wijder te maken. Daarmee verdween de scherpe klank van de hoorn, en er ontstond een nieuwe instrumentengroep in de blaasmuziek: het zacht koper.
De bugel komt buiten de fanfare weinig voor. In harmonie en brassband is slechts plek voor één bugelist. In symfonie-orkesten spelen bugels helemaal geen rol. Het instrument is echter wel populair in de jazzwereld. Ook daar wordt de warme klank van de bugel veelvuldig gebruikt.

bugel

Saxofoon

De saxofoon is een ‘vreemde eend’ in de fanfare.
De sax is namelijk het enige blaasinstrument in het orkest dat gebruik maakt van een mondstuk voorzien van een riet.
Daarom rekenen we de saxofoon tot de groep van houtblazers.
De saxofoon bestaat relatief kort.
Pas in het midden van de 19e eeuw vond de Belg Adolf Sax het instrument uit. Bij zijn uitvinding combineerde hij elementen van de hobo, klarinet én hoorn. De combinatie riet & metaal vormt een populaire klank.
Het instrument wordt niet alleen in orkesten gebruikt, maar ook veelvuldig in jazz en popmuziek.
Vier saxsoorten worden vandaag de dag veel gebruikt. Van klein naar groot zijn dat: de sopraan-, alt-, tenor- en baritonsaxofoon.

sopsalttenorbar

Trombone

- Schuiven van toon naar toon
De trombone heeft een eigen stijl. Het instrument maakt gebruik van een coulisse (schuif) om van toon naar toon te ‘glijden’. Waar je met ventielen sprongsgewijs van toon naar toon springt, daar kan met de schuif vloeiend van hoog naar laag gespeeld worden. Dit noemen we een glissando.
De klank van de trombone is krachtig en helder. Het instrument behoort dan ook tot het scherp koper.
De trombone kent een lange geschiedenis. In de 15e eeuw gebruikten muzikanten in Engeland al de eerste ‘schuiftrompet’. Tegenwoordig kom je het instrument in vrijwel ieder orkest tegen. Ook in de lichte muziek wordt de trombone veel gebruikt.
tromb

Hoorn

De hoorn is bijzonder allround. Het instrument kan zowel hoge als lage partijen vertolken. Met een scherpe of juist zachte klank. De hoorn is van alle markten thuis.
Hoorns hebben een eigen stijl. Een hoornist bedient de cilinders (ventielen met een draaimechaniek) met zijn linkerhand. De rechterhand rust in de beker. De positie van de hand in de beker beïnvloedt de toonkwaliteit en zuiverheid. Het geeft de hoorns een uniek karakter.
Hoorns behoren tot de oudste koperen
blaasinstrumenten. Ze zijn in ieder orkest te vinden. Van fanfare tot symfonie.

hoorn

Bariton en euphonium

De euphonium maakt samen met z'n kleine broertje bariton deel uit van de Saxhoornfamilie. Dat is goed te horen aan de zachte klank. De euphonium heeft een toonbereik van het midden- tot het lage register.
Baritons en euphoniums ogen hetzelfde. Ze hebben ook ongeveer hetzelfde toonbereik, maar er is een belangrijk verschil. Een euphonium is breder gebouwd. Daardoor ontstaat een groter geluid. De bariton klinkt daarentegen helderder. Veel orkesten plaatsen de instrumenten naast elkaar om beide klankkleuren te kunnen benutten.
De euphonium kom je vooral tegen in de blaasmuziek: harmonie, fanfare en brassband. Daarbuiten is de euphonium minder bekend.

eufonium

Bas

De bas (ook wel bastuba genoemd) is het grootste koperen blaasinstrument. De grootte van het instrument zorgt voor een lage klank. De tonen van de bas vormen dan ook de basis van het orkest.
Bassen kom je op veel plaatsen tegen. Je vindt ze niet alleen in de fanfare, maar ook in de harmonie, brassband en zelfs in het symfonie-orkest.
In de fanfare spelen es- en besbassen. Ze zijn eenvoudig uit elkaar te houden, omdat de besbas een slag groter is dan zijn esbas-broertje.

bas

Slagwerk

De slagwerkgroep is bijzonder veelzijdig. Over de gehele wereld is slagwerk ontwikkeld, en veel instrumenten hebben de weg naar de fanfare gevonden. Denk maar aan de gong uit het Verre Oosten. Of de castagnetten uit Spanje. Slagwerk kunnen we onderverdelen in verschillende groepen:
Gestemd slagwerk produceert een regelmatige toon die je kunt nazingen. Dit is het geval bij onder andere klokkenspel, xylofoon, buisklokken en pauken. Een pauk is een bijzonder instrument: met behulp van een pedaal kan het vel van de pauk worden aangespannen. Precies zover tot de gewenste toonhoogte te horen is.
Ongestemd slagwerk maakt een geluid dat bestaat uit onregelmatige geluidstrillingen. Er ontstaat wel geluid, maar geen toon. Dit is het geval bij kleine en grote trom, tom toms, bekkens, gong en drumstel.
Percussie tot slot: hieronder verstaan we het grote assortiment van kleine slagwerkinstrumenten. Voorbeelden zijn de woodblock, triangel, castagnetten, shaker, cowbell en sleighbells. Maar percussie is meer: ook handtrommels (als bongo en conga) worden tot de familie gerekend.
slagw